Internationale Spectator

Columns

Doeko Bosscher

The Times They Are A-Changin?

Een stem als een rasp, een simpele melodie en een tekst die een revolutie aankondigde. Meer had Bob Dylan in het vroege voorjaar van 1964 niet nodig om een icoon van de Amerikaanse 'Sixties' te worden: 'You better start swimmin' or you'll sink like a stone, for the times they are a-changin.' Miljoenen zongen dit 'strijdlied van een generatie' na. Waartegen keerden de jongeren zich eigenlijk? Zonder de oorlog in Vietnam, die in de zomer van dat zelfde jaar een belangrijke impuls kreeg door de Tonkin-resolutie, zou het een strijd voor 'meer verbeelding' zijn gebleven. Vietnam gaf 'the Movement' vleugels en deed de controverse doordringen tot in de haarvaten van de Amerikaanse samenleving.

Op dit moment is er wel een oorlog gaande, maar een lied dat critici uit volle borst meezingen, is er (nog) niet. Dat er alleen beroepsmilitairen en geen dienstplichtigen naar Irak worden gestuurd, voorkomt dat de gemoederen zo hoog oplopen als in de jaren zestig. Een maatschappelijke crisis rond de kern van 'onze' cultuur valt bovendien nergens te bekennen. Integendeel. Overal in de westerse - als dat geografische begrip nog enige zeggingskracht heeft - cultuurkring en zeker in Amerika zetten jong en oud zich juist schrap om te redden en te behouden wat er tegenover de toenemende concurrentie in de wereld te behouden valt.

Toch zit er in de Verenigde Staten verandering in de lucht. De signalen wijzen op méér dan die ene zwaluw, die alleen geen zomer kan maken. Irak fungeert als splijtzwam bij uitstek, maar ook andere kwesties zaaien verontrusting. De uitslag van de verkiezingen van 7 november 2006 verried een brede onderstroom van onbehagen, misschien niet zozeer over de normen en waarden die door president Bush en zijn entourage zijn verkondigd, als wel over het schrijnende contrast tussen de hooggestemde theorie en de laag-bij-de-grondse praktijk. Schandalen hadden de kiezer argwanend gemaakt. De seksaffaire rond de geachte afgevaardigde uit Florida Mark Foley had bewezen datje luidruchtige moraalridders niet te gauw moet geloven. Dat de Republikeinse Partij zich had ingelaten met een corrupte lobbyist als Jack Abramoffzat veel burgers niet minder hoog.

En in alle gevallen dat een Democraat een zetel veroverde op een Republikein - en dat waren er nog meer dan verwacht - was er een harde woordenstrijd
aan voorafgegaan over het royale uitgavenbeleid van een regering die een hekel zegt te hebben aan 'big government', over de kwetsbaarheid van de dollar op de valutamarkt en over de toegenomen verschillen tussen arm en rijk onder een president die 'welvaart voor iedereen' heeft beloofd.

Het lijkt erop dat er in de Amerikaanse samenleving een meerderheid te mobiliseren is voor een ommekeer, hoe betrekkelijk ook. Amerika moet het niet alleen anders gaan aanpakken in het Midden-Oosten, maar het mag ook wel wat socialer en milieuvriendelijker worden. Zo kwam het dat de biologische boer John Tester, een Democraat, ineens Senator voor Montana mocht worden, na de zittende Republikeinse Senator Conrad Burns te hebben verslagen.

Een van de andere verrassingen was het negatieve resultaat voor kandidaten - niet noodzakelijkerwijs Republikeinen - die fel campagne hadden gevoerd voor een strenger immigratiebeleid. De grootste monden kwamen het pijnlijkst op de koffie. Zij hadden vergeten dat veel succesvol ingeburgerde 'His-panics' nooit voor iemand kunnen stemmen wiens ondertoon racistisch is, al zijn zij zelf niet minder gekant tegen ongebreidelde immigratie. Zodra een would be-volksvertegenwoordiger fulmineert tegen het oprukkende Spaans en hamert op het Engels als officiële omgangstaal, wat neerkomt op het intrappen van een open deur en dus een onnodige belediging aan hun adres, haken zij af. In het hele zuiden van de Verenigde Staten pendelt de houding tegenover nieuwkomers tussen haat en liefde. Men wil hen niet kwijt, want zij zijn onmisbaar voor de economie. Een stevig integratiebeleid en een harde aanpak van randverschijnselen zijn het parool, niet een ongenuanceerd 'Weg met de immigrant'.

Natuurlijk, de grootste verliezers bij deze verkiezingen waren degenen die het Irak-beleid van de regering hadden verdedigd. Eén voor één legden zij het loodje. En Joe Lieberman dan? Zijn overwinning, die hem een vierde Senaatstermijn bezorgde, toonde voornamelijk aan dat de Democratische Partij in Connecticut een principiële fout maakte toen zij Ned Lamont kandidaat stelde. Een voormalige 'running mate' in de race voor het presidentschap, met ook nog zo'n enorme staat van dienst als Senator, kun je niet afvoeren via de zijdeur. Overigens had Lieberman zijn winst mede aan tal van Republikeinse stemmen te danken.

Hoe nu verder, en wat gaat het worden in 2008? De vrouwen zijn in opmars, dat staat vast. Zoals zelfs een universiteit van de Ivy League als Princeton tegenwoordig een hogelijk gewaardeerde vrouwelijke 'President' heeft (Shirley Tilghman van Princeton, sinds 2001), zo wemelt het zeker na de laatste verkiezingen van vrouwen in de hoogste politieke ambten. Barbara Boxer wordt voorzitter van het Senate Environment Committee en kondigde al aan de hoogste prioriteit te zullen geven aan radicaal klimaatbeleid. Nancy Pelosi is als voorzitter van het Huis van Afgevaardigden 'third in line' voor het presidentschap, 'slechts twee hartslagen' (een hartslag van Bush en een van Cheney) verwijderd van het Witte Huis. En het is niet eens pure theorie, zoals Gerald Ford (het ene moment nog nietsvermoedend lid van het Huis, het volgende zetelend in het Oval Office) heeft laten zien. Daarmee is het glazen plafond tussen... wel...eh...Hillary Rodham Clinton (HRC) en het allerhoogste ambt feitelijk al geslecht. Als zelfs een typische stoere-mannenstaat als Alaska een vrouwelijke gouverneur kan hebben (Sarah Palin), waarom zouden de Verenigde Staten dan langzamerhand niet rijp zijn voor een terugkeer van Hillary, in een nieuwe rol, naar Pennsylvania Avenue?

Nu wordt het ijs pas echt glad. Er valt geen peil te trekken op HRC's grote overwinning in New York in november, want Amerika is New York niet (!). Verder kan het eventueel nog een strijd worden tussen twee New Yorkers, want ook de populaire oud-burgemeester Rudy Giuliani van New York City loopt zich warm, bij de Republikeinen. Wat er dan gaat gebeuren, laat zich al helemaal niet voorspellen. Mogelijk is Amerika rijp voor een vrouwelijke president, maar is het ook toe aan een vrouw die een ex-president als 'first husband' meebrengt? Hoe geloofwaardig zal zij zijn, als zij belooft haar man buiten de staatszaken te zullen houden? Bill Clinton moge in bepaalde kringen ongekend populair zijn, hij is bij velen gehaat en bij anderen omstreden. De affaire-Lewinsky zal hem altijd blijven achtervolgen, naast een paar kleinere akkefietjes. De cartoonisten zijn hun pennen aan het scherpen bij de gedachte aan Hillary en Bill samen in het allerhoogste ambt. Het is al met al niet onmogelijk dat de Verenigde Staten in november 2008 voor de Clintons opteren, maar de kiezers zullen dan wel eerst al hun moed bij elkaar moeten rapen.

(januari 2007)