Internationale Spectator

Columns

Jaap de Zwaan

Nederland in de wereld: een agenda voor de toekomst

Op 9 december 2008 sloot het Instituut Clingendael de viering van zijn vijfde lustrum af met een evenement in de Ridderzaal in Den Haag. In het bijzijn van HM de Koningin en bijna 500 genodigden sprak oud-secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Kofi Annan, over de problematiek van de fragiele staten. Hij vroeg aandacht voor de noden en de armoede van miljoenen mensen, vooral in Afrika, en het gevaar dat hun situatie meebrengt voor de veiligheid in de hele wereld. Hij onderstreepte de verantwoordelijkheid van de wereldgemeenschap om daar iets aan te doen. Ziedaar in een 'notendop' waar het in de wereld om gaat: stabiliteit, vrede, veiligheid en welvaart. We zijn er nog lang niet.

De machtsverhoudingen in de wereld veranderen. We gaan van een unipolaire wereld, met de Verenigde Staten als belangrijkste machtsfactor, naar een multi-polair bestel, waarin opkomende landen als de BRIC (Brazilië, Rusland, India en China) een rol spelen.

Of inderdaad juist is wat de Singaporese politiek-analist Kishore Mahbubani ons wil doen geloven, dat de 21ste eeuw de eeuw van Azië is, moeten we afwachten. Onmiskenbaar spelen zich in Azië ingrijpende ontwikkelingen af. Of de regio echter een stabiele factor is, valt nog te bezien. Er bestaan in Azië grote verschillen tussen staten, ook wat economische ontwikkeling betreft. In China zijn economische hervormingen op gang gebracht in de kuststreek, in het oosten. Even landinwaarts echter zien we grote ongelijkheden, vooral wat betreft inkomen. De woonomstandigheden zijn vaak schrijnend, en er is veel corruptie. Iets vergelijkbaars geldt voor India. Zeker, een booming economie en veel potentieel op het gebied van technologie en informatica, maar er zijn veel ongelijkheden qua rangen en standen (vooral belichaamd in het kastensysteem). Er heerst ook veel armoede. Verder is de regio niet veilig, getuige de terroristische aanslagen van eind november jl. in Mumbai.

De financiële crisis, die het laatste halfjaar ook in Europa de kop op heeft gestoken, vormt een risico voor het functioneren van de economie overal ter wereld. In nauwe samenhang daarmee moeten gemeenschappelijke antwoorden worden gevonden voor de problemen inzake klimaat, energie en milieu. Zoals Kofi Annan in zijn Clingendael-toespraak zei, de ongelijkheden in de wereld vormen een gevaar voor de veiligheid van ons allen. De bestrijding van armoede en, in directe samenhang daarmee, de problemen rond asiel en migratie dienen dan ook met voorrang onze aandacht te krijgen.

De vraag rijst intussen of het instrumentele kader op wereldniveau nog wel geschikt is om voor alle problemen een oplossing te vinden. Instellingen als de Wereldbank en het Internationale Monetaire Fonds werden niet lang geleden afgeschreven, al was het maar omdat hun institutionele structuren de nieuwe machtsverhoudingen in de wereld onvoldoende weerspiegelen. De financiële crisis biedt hun nu een laatste kans. Iets dergelijks geldt voor de Verenigde Naties. Willen de VN geloofwaardig blijven, dan zullen hervormingen moeten worden ingevoerd, in de eerste plaats in de Veiligheidsraad. Het gaat niet aan dat de samenstelling van de Raad nog steeds de machtsverhoudingen van na de Tweede Wereldoorlog weergeeft, en geen rekening houdt met de ontwikkelingen sedertdien. Het is ook hoog tijd dat er één permanente EU-zetel komt. Verder zou het vetorecht moeten verdwijnen. Een tussenoplossing - wel permanent lid, maar geen vetorecht - zou een mooi alternatief kunnen zijn. Wij kunnen niet meer volstaan met te stellen dat het allemaal zo moeilijk is en politiek niet haalbaar. Niet hervormen betekent het failliet van het VN-systeem.

In zekere zin geldt dat ook voor de Wereldhandelsorganisatie, de WTO. Die instelling is welbeschouwd het enige beschikbare kader om te voorkomen dat (protectionistische) nationale oplossingen voor de financiële crisis ten koste gaan van de belangen van de onderontwikkelde en de zich nog ontwikkelende wereld.

Wat betreft veiligheid zal de NAVO onze belangrijkste waarborg blijven, met de Verenigde Staten als onze belangrijkste partner. Europa moet op veiligheidsgebied echter meer eigen standpunten innemen. Over het raketschild (in Polen en Tsjechië) bijvoorbeeld heeft in NAVO- en EU-verband nauwelijks een fatsoenlijke discussie plaatsgevonden. Het schild is ook niet nodig voor onze eigen, Europese, veiligheid. De Amerikanen beweren dat het nodig is om de Westerse wereld te beschermen tegen landen als Iran. Ter zake zou Europa een eigen mening moeten formuleren. De binnenkort aantredende Amerikaanse president Obama staat bekend als een groot 'communicator'. Laten we dan ook met hem alternatieve oplossingen bespreken.

Europa moet bij zo'n discussie rekening houden met de belangen van Rusland. Rusland is een nabije en voor onze veiligheid belangrijke buurman. Europa heeft veel te winnen bij een stabiele relatie met Rusland. Energie is maar één voorbeeld. Uiteraard moeten we erop letten dat de mensenrechten in Rusland worden gerespecteerd. We moeten echter ook oog hebben voor de moeilijkheden die het Russische leiderschap van oudsher ondervindt bij de ontwikkeling van dat grote land. Bij wijze van spreken gaat het er meer om dat de regio's goed bestuurd worden en dat de Russische burger profi jt kan hebben van de economische ontwikkeling die het land doormaakt.

Een goede relatie met Rusland zal ook de stabiliteit bij de 'buren' - Oekraïne, (op termijn) Wit-Rusland en de drie Kaukasus-landen: Georgië, Armenië en Azerbeidzjan - ten goede komen. Nu al zou Europa zich veel meer moeten inspannen om die buurlanden te helpen bij de (weder-)opbouw van hun samenleving. 'Good governance' en de 'rule of law', dat is Europa's soft power en dáár zijn we nu juist goed in. Het formele lidmaatschap (van landen als Georgië) van organisaties zoals de NAVO en de EU komt later wel.

Op regionaal niveau valt dus ook nog veel te doen. Zeker nu de VN moeite hebben om hun doelstellingen inzake vrede en veiligheid op wereldschaal waar te maken, moet Europa verder bouwen aan een zone van stabiliteit (en welvaart) in de eigen regio. De uitbreiding van de Unie - de Balkanlanden en Turkije (en IJsland?) komen daarvoor als eerste in aanmerking - is het beste antwoord op deze uitdaging. Daartoe zal de Unie zichzelf wel eerst intern moeten hervormen. Andere constructies dan een lidmaatschap zijn ook denkbaar, mits die de mogelijkheid van een formele toetreding tot de Unie maar niet uitsluiten. Het voorstel van de Franse president Sarkozy voor een Mediterrane Unie past in deze opzet. Misschien moeten we uiteindelijk wel overwegen de Unie, met behoud van haar eigen karakteristieken, de kern te laten uitmaken van een groter Euro-Mediterraan samenwerkingsverband.

Kortom: biedt het bestaande multilaterale kader nog wel een passend antwoord op de mondiale uitdagingen die zich aandienen? Dit is het soort van vragen waarmee het Instituut Clingendael zich in de toekomst zal bezighouden. Die vragen zullen in eerste instantie geanalyseerd en beantwoord moeten worden tegen de achtergrond van Nederlands lidmaatschap van de VN, de NAVO en de Europese Unie.

Nederland is een klein land, maar laat economisch, politiek en militair behoorlijk van zich horen. Het was dan ook niet helemaal zonder reden dat onze minister-president een uitnodiging ontving voor de G 20-bijeenkomst in Washington van medio november jl.

Nederland denkt graag in termen van 'bruggen bouwen'. Instituut Clingendael zal zich ervoor inzetten ter zake een eigen bijdrage te leveren, zowel intellectueel als operationeel.

Prof.mr Jaap W. de Zwaan is directeur van het Nederlands Instituut voor Internationale Betrekkingen 'Clingendael' en hoofdredacteur van dit blad.

(Januari 2009)